Een kras op mijn ziel | Vensterkrant

“Ik voel me alleen, waarom doet niemand iets om deze angst te stoppen! Maar praat niet met me, want dat kan ik niet. Dan ga ik huilen en zal ik alles ontkennen en doen alsof er niets is”.

Mijn naam is Silvia Rikmanspoel, ik ben 48 jaar en opgegroeid bij een moeder die regelmatig depressief was. Het voor- en najaar waren de momenten waarop de ziekte regelmatig ons gezinsleven binnendrong. Als klein meisje zag ik vaak als eerste dat de ziekte weer in aantocht was. Ik zag het aan de vorm van haar ogen en haar mond. Dat maakte mij angstig voor dat wat mogelijk komen ging: het verdriet, de onmacht, de schaamte, de eenzaamheid, de opname en daarmee een gemis aan veiligheid.
Ze zeggen wel eens dat kinderen snel vergeten en weer verder spelen, maar is dat zo? Of is het dat gebeurtenissen een plekje krijgen in ons onbewuste systeem en zodra de tijd er klaar voor is, naar boven komen om ze te doorvoelen en te verwerken?

Als jong meisje schaamde ik mij voor de ziekte van mijn moeder en voor wat de mensen van ons gezin en van mij vonden. Gedurende mijn pubertijd ging ik me meer en meer verschuilen achter mijn eigen muur die steeds hoger werd. Voor de buitenwereld moest ik sterk zijn, ze mochten niet denken dat ik die ziekte ook had. Ik was bang voor het oordeel en veroordeelde mijzelf. Het deed iets met mijn eigenwaarde en het knakte mijn zelfbeeld. Dat uitte zich in aanpasgedrag naar de mensen om mij heen en vooral ook naar mijn ouders. Ik hoopte dat als ik maar goed mijn best bleef doen, mijn ouders trots op mij waren en dat de ziekte uitbleef. Het niet mijzelf kunnen zijn, maakte dat ik niet wist wie ik was of wat mijn behoeften waren. Ik leerde mijzelf niet kennen en leefde het leven van de mensen om mij heen.

Ik had geen broers of zussen waarbij ik mijn gevoel kon uiten en mijn ouders kon en wou ik hier niet mee lastig vallen. Ik voelde me vaak eenzaam en bij gebrek aan liefde, waardering en aandacht vond ik een vriend in eten. Troosteten. Het was mijn manier om niet te hoeven voelen. Uiteindelijk ontwikkelde ik de allesvernietigende eetstoornis boulimia nervosa. Het vele eten gaf me troost en het er nadien allemaal uitgooien de controle. Een controle dicht bij mijzelf die ik op bepaalde momenten miste binnen ons gezin. Het KOPP-kind zijn maakte een doorzetter van mij, alles moest perfect. Goed was niet goed genoeg. Naar buiten toe wilde ik een zo vrolijk en perfect mogelijk ideaalbeeld uitstralen. Daar hoorde een perfect lijf bij. Boulimia werd een vriend en metgezel die van mijn 14e tot mijn 40e in mijn “rugzak” zat. Ook over dat stuk kon ik in die periode niet praten, dat had ik immers niet geleerd. Ik zag de eetstoornis als zwakte waar ik mij tot in het diepst van mijn ziel voor schaamde.

Na het overlijden van mijn moeder (rond mijn 40e) heb ik uiteindelijk zo’n 10 jaar later de eerste stap gezet en ben ik gaan praten over mijn verleden. Een verleden dat duidelijk te lang in de wachtstand had gestaan. Dit was een eerste stap naar mijn verwerkingsproces. Ik kwam tot de ontdekking dat ik niet alleen was, dat er lotgenoten waren die hetzelfde mee hadden gemaakt. Ik maakte kennis met het woord KOPP-kind. De herkenning die ik op dat moment vond, deed me goed. Ik heb aardig wat stappen moeten zetten om mijn verleden een plek te geven en te verwerken. Daarna heb ik uiteindelijk op eigen kracht de eetstoornis overwonnen en achter me gelaten.

Mijn leven nam hierna een andere wending, ik voelde bevrijding in mijzelf. Maar het verleden blijft altijd een onderdeel van mij en dat is goed. Je kunt het verleden niet wegpoetsen, het mag er zijn. Ik ga er nu anders mee om en het heeft me gemaakt tot degene die ik ben. Achteraf gezien waren het belangrijke levenslessen.

Mijn advies voor ouders en KOPP-kinderen in een gelijksoortige situatie is: PRAAT EN UIT JE GEVOELENS. Zoek hulp, er zijn mensen die kunnen en willen helpen. Je bent zeker niet alleen, vind bijvoorbeeld herkenning bij lotgenoten voor jezelf en je kind. Geef aandacht aan je kind en vertel over de ziekte. Door zo vroeg mogelijk gevoelens te doorvoelen en bespreekbaar te maken, beperk je het leed voor de toekomst. Als kind heb ik altijd gedacht dat het allemaal niet zo erg was, nu pas ben ik me bewust van de littekens en hoe het KOPP-kind zijn mij heeft gevormd.

Onder voorbehoud van de omstandigheden, willen we Silvia Rikmanspoel uitnodigen om in het najaar een lezing te houden over haar eigen leerproces als KOPP-kind. Indien mogelijk wordt dit in de volgende mantelzorgkrant aangekondigd.

Dit stuk is gepubliceerd in de Vensterkrant (mei 2020) van Het Venster ter aankondiging van de lezing die in het najaar zal plaatsvinden.

BRON: Het Venster.