Manderveense Silvia schrijft eetstoornis van zich af | Tubantia

MANDERVEEN – Silvia Rikmanspoel zoekt haar toevlucht in eten als reactie op een gespannen gezinssituatie. Boulimia nervosa is jarenlang haar ‘vriend en metgezel’. Tot de Manderveense besluit het roer om te gooien.

De stilte, spreken met lotgenoten, schrijven van reisverslagen en kennismaken met de kracht in haar lijf:  Silvia Rikmanspoel werd tijdens haar pelgrimsreis naar  het Spaanse Santiago de Compostela een andere vrouw. Haar enorme emotionele groei en al haar ervaringen bundelde ze in een boek, dat ze samen met haar dochter Sanne, die de opmaak deed, maakte. Ze wil hiermee het taboe op eetstoornissen doorbreken en lotgenoten inspireren op hun eigen pad.

Depressieve moeder

„Binnen ons gezin hebben we mooie maar ook mindere tijden gekend. Gedurende mijn jongere jaren was mijn moeder regelmatig depressief”, vertelt Rikmanspoel. „Ze zat vaak huilend aan de keukentafel. Het hele gezin draaide dan om haar, evenals de hulpverlening. Als ze denken dat een kind niets meekrijgt van de ziekte van een ouder en rustig doorspeelt, dan hebben ze het echt mis. Als kind krijg je alles mee en dat laat diepe sporen na. Liefde en geborgenheid heb ik gemist.”

Bekeken

Schaamte, eenzaamheid en onzekerheid: van kinds af aan moest de Manderveense met deze gevoelens zien om te gaan. Ze ervoer het als een loden last, want in die tijd keken mensen anders naar depressies: er werd niet over gesproken. Rikmanspoel voelde zich bekeken door plaatsgenoten.

Troost

In een dorp als Manderveen weet iedereen alles van elkaar. Ze dacht dat mensen haar raar zouden vinden vanwege haar moeders ziekte. Op haar 14de vond ze een uitvlucht in eten. Het gaf haar troost, een manier om met de situatie om te gaan en dit mondde uit in de eetstoornis boulimia nervosa.

“Ik ben nooit boos geweest op de eetstoor­nis – op een gegeven moment hoorde die gewoon bij me”, Silvia Rikmanspoel

Wat volgde, was schaamde voor deze eetverslaving. Haar ouders, familie, vriend en later man: niemand wist ervan. Het werd haar ‘vriend en metgezel’ in al die jaren. „Ik ben eigenlijk ook nooit boos geweest op de eetstoornis – op een gegeven moment hoorde die gewoon bij me. Wel ben ik vaak boos geweest op mijn moeder en op bijvoorbeeld de hulpverlening, die geen aandacht schonk aan mij als kind van een ouder met psychische problemen. Maar nu zie ik het anders: ze zat in een situatie waar ze zelf niets aan kon doen.”

Praten

Rond haar 40ste veranderde er iets. Rikmanspoel besefte dat ze zo niet verder wilde leven. „Ik begon meer en meer te praten over mijn gevoelens. Door over mijn verleden te praten, en dan nog niet eens over mijn eetverslaving, begon mijn verwerkingsproces en kwam er ruimte om dingen los te laten. Stapje voor stapje liet ik vervolgens mijn oude eetgewoonten los. Dat voelde als een overwinning op mijzelf. Van een terugslag was geen sprake. Ik wist dat ik de kracht had om deze eetstoornis te overwinnen.”

Sandra Dubbink-Bouwhuis 

BRON: Tubantia